The Lafnitz and its floodplains
Bad Blumau
De Lafnitz ontspringt in het Steirische Wechselgebied en mondt na ongeveer 110 km bij St. Gotthard (Hongarije) uit in de Raab. De rivier wordt beschouwd als een van de oudste grenzen van Europa. Langs de rivier, van de bron tot de staatsgrens, loopt de Lafnitztal-fietspad B75. De "Fantastische Tour" is een rondweg (39 km) die begint in Bad Blumau en ook een stuk langs de Lafnitz bij Dt. Kaltenbrunn voert.
De loop van de Lafnitz is in grote delen in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Dit geldt ook voor het gebied Bierbaum/Deutsch Kaltenbrunn, waar de Lafnitz zich zuidelijk van Burgau, na de instroom van de Lobenbach, tussen weilanden, akkers en bossen kronkelt tot aan de invloed van de Safen. In de nabijheid van de oevergebieden bieden de uiterwaarden ideale omstandigheden voor dieren en planten (bijv. beekforellen, ijsvogels, visotters).
Het „Europaschutzgebiet Lafnitztal“ omvat twee natuurtoezichtrechtelijk beschermde gebieden: Het 70 ha grote „Natuurreservaat Lafnitz- Stögersbach-Auen“, in Wolfau, en het 31 ha grote „Beschermde Landschapsdeel Lahnbach“ bij Dt. Kaltenbrunn. De gescheiden gebiedsdelen zijn met elkaar verbonden door de stroom van de Lafnitz. Het Europaschutzgebied beslaat in totaal een oppervlakte van 566,327 ha.
De Lafnitz behoort tot de laatste, over grote delen onregel gereguleerde rivieren van het laagland in Oostenrijk.
De vrije, ongehinderde loop van de Lafnitz gaat op natuurlijke wijze samen met bijbehorende oudwouden en valleipolders en creëert door zijn ongebonden vloeidynamiek een verscheidenheid aan rivierenmorfologische habitatstructuren.
Het gebied omvat aan de ene kant het ongereguleerde, grotendeels vrij meanderende gedeelte tot aan Dt. Kaltenbrunn, aan de andere kant het “hard” gereguleerde stroomgedeelte tot aan de staatsgrens Oostenrijk – Hongarije.
De rivierloop van de Lafnitz herbergt verschillende zoetwaterhabitats en -soorten. Van bijzondere betekenis zijn de begeleidende oud-wouden die relatief grote oppervlakten innemen. Kleinere gebieden zijn modderbanken met hun pioniervegetatie, sluimerende oude wateren, en primaire hoog-staudenvegetaties.
Het door de meanderende rivierloop, oud-wouden, veldgewasbossen en andere landschapselementen rijk gestructureerde cultuurlandschap van het Lafnitztal wordt daarnaast gekarakteriseerd door uitgestrekte weilanden.
Het merendeel van de valleipolders bestaat uit gemeenschappen van de vegetatievereniging van natte graslanden en moerassen.
Bij de diersoorten komen met name waterbewoners in representatieve populaties voor: otter, gele buikpad, rode buikpad, kamkreeft, streamer, zingel, schraatzzwemmer, steentong etc.
Op de aangrenzende weilanden langs de Lafnitz behoren de Grote Antsblauwtjes en de Donkere Antsblauwtjes tot de bijzondere soorten; kleine bossen en andere houtige gewassen in het cultuurlandschap zijn van belang voor de vingerhoedskruidvleermuis en de Grote Hoefijzerneus als voedingshabitat.
Fotos og videoer
Additional Information
Included services
Het „Europaschutzgebiet Lafnitztal“ omvat twee natuurgebieden die onder natuurbescherming vallen: Het 70 ha grote „Natuurreservaat Lafnitz- Stögersbach-Auen“ in Wolfau en het 31 ha grote „Beschermde Landschapsdeel Lahnbach“ bij Dt. Kaltenbrunn. De gescheiden gebieden zijn verbonden door de stroomloop van de Lafnitz. Het Europaschutzgebiet beslaat in totaal een oppervlakte van 566,327 ha.
De Lafnitz behoort tot de laatste, over grote delen onregelmatig beheerste rivieren van het laagland in Oostenrijk.
De vrije, onbelemmerde loop van de Lafnitz gaat op natuurlijke wijze samen met begeleidende ooibossen en dalweiden en genereert door zijn ongebondene stroomsnelheid een verscheidenheid aan riviernatuurlijke leefstijlstructuren.
Het gebied omvat enerzijds het ongereguleerde, grotendeels vrij meanderende gedeelte tot Dt. Kaltenbrunn, anderzijds het „hard“ gereguleerde stroomgedeelte tot aan de staatsgrens Oostenrijk - Hongarije.
De stroomloop van de Lafnitz herbergt verschillende zoetwaterleefgebieden en -soorten. Van bijzonder belang zijn de begeleidende ooibossen, die relatief grote oppervlakten innemen. Kleinere gebieden worden gevormd door zandbanken met hun pioniersvegetatie, niet-begroeide oude wateren en primaire hooggrasvegetaties.
Het door de meanderende stroomloop, ooibossen, akkerhout en andere landschapselementen rijk gestructureerde cultuurlandschap van het Lafnitztal wordt verder gekarakteriseerd door uitgestrekte weilanden.
Het merendeel van de dalweiden bestaat uit vegetatiegemeenschappen van de vochtige en natte weilanden.
Wat betreft de diersoorten komen met name waterbewoners in representatieve populaties voor: otters, geelbuikvuurpijlen, roodbuikvuurpijlen, kamme kikkers, stekelbaarsjes, zingels, schaderhaken, steenbijters, etc.
Op de aangrenzende weilanden langs de Lafnitz behoren de Grote Veenblauwtje en het Donkere Veenblauwtje tot de bijzondere soorten; kleine bossen en andere houtachtige gewassen in het cultuurlandschap zijn van belang voor de vleermuis met wimper en de grote muisoor als voedingshabitat.