Celtic House
Ligist
Het gereconstrueerde Keltische huis illustreert de levensomstandigheden van de inheemse Kelten rond 100 v.Chr., voordat de Romeinen naar Noricum kwamen.
In het gereconstrueerde Keltisch huis in Ligist worden de leefomstandigheden van de aan de Dietenberg gevestigde Kelten getoond.
De Kelten bevolkten vanaf de 6e eeuw voor Christus Midden- en West-Europa – van Frankrijk en Zwitserland, Midden-Duitsland en Oostenrijk tot aan Slowakije. Vanuit Ligist gezien waren er in deze tijd belangrijke nederzettingen in Hallein (op de Dürrnberg) en Hallstatt. Vanwege de vele hier ontdekte vondsten wordt de vroege ijzertijd ook wel de Hallstattperiode genoemd.
Uit de overzichtskaarten aan de rechterzijde blijkt dat de West-Europese Kelten in 387 voor Christus een aanval op Rome ondernamen, de stad bevielen en plunderden. Bij een volgende aanval drongen de Kelten door tot Griekenland en bereikten rond 279 voor Christus het heiligdom van Delphi.
Hier in Griekenland leerden ze ook munten met het portret van Philippus II van Macedonië – de vader van Alexander de Grote – kennen, die vervolgens als voorbeeld dienden voor verschillende Keltische munten. Slechts ongeveer 500 meter van het “Keltisch huis” werd een zilveren munt gevonden. Deze toont aan de voorkant het portret van Philippus II met een lauwerkrans en aan de achterkant een paard. (Foto wandpaneel, midden) Verder zijn er uit onze regio een Keltisch “Regenboogschusserl” (goudmunt) en uit Södingberg een kleine zilveren munt met een paardenafbeelding.
Waarom staat hier in Ligist een “Keltisch huis”? De Kelten bevolken Stiermarken
In de loop van hun zuidoostelijke expansie kwamen de Kelten ook in het huidige Stiermarken en stichtten hooggelegen nederzettingen zoals bijvoorbeeld op de Kulm bij Weiz, op de Stradnerkogel, op de Wildonerberg en ook hier op de Dietenberg. Hooggelegen nederzettingen konden – van boven naar beneden – gemakkelijker verdedigd worden. (Zie hiervoor de verspreidingskaart Stiermarken, rechterwand, 1. paneel.)
Deze periode van ongeveer 450 voor Christus tot het jaar 0 wordt – naar aanleiding van een belangrijke vindplaats aan het Neuenburgermeer in het West-Zwitserland – de La-Tène-periode (ook Jonge IJzertijd) genoemd.
Voor het Oost-Alpengebied brengt deze periode met de vermeldingen van de Keltische bevolking en het Norische koninkrijk door antieke auteurs de eerste schriftelijke bronnen. Verder leidde de introductie van de pottenbakkersschijf tot een fundamentele verandering in de keramiekproductie en het gewilde Norische ijzer getuigt van het hoge technische kennisniveau van de Kelten.
Over de huisbouw
Een – bij een in het kader van de wetenschappelijke opgravingen van 1976/77 door het Universalmuseum Joanneum blootgelegd huisplan op de top van de Dietenberg gelegen – informatiepaneel meldt het volgende over de hier bestaande Keltische nederzetting: “Op de aan de noordhelling van de Dietenberg nog goed bewaarde nederzettingsterrassen, uitgehouwen in de rots, stonden verschillende Keltische huizen. Bestrate paden verbond deze met elkaar. De fundamenten bestonden uit droogmetselwerk, dat aan de buitenzijde met rechtopstaande stenen was omringd. De muren waren van met leem gestuct vakwerk, de daken van riet of stro en de vloeren van aangedrukt leem.
De binnenplaatsen met de woon- en bedrijfsgebouwen vormden in losse groepen een dorp, dat van de 3e tot het begin van de 1e eeuw voor Christus bestond. De hier zichtbare fundamenten stammen van een woonhuis dat in de 1e eeuw voor Christus werd gebouwd met een oppervlak van acht bij twaalf meter.”
Over het dagelijkse leven
Er werden geiten, schapen, varkens, runderen en paarden gefokt. Bij gewassen werden tarwe, gerst, tuinboon en andere verbouwd. Verschillende dieren en producten konden met de Kelten in de Centrale Alpenruimten worden geruild tegen ijzer of zout. Zout was als conserveermiddel voor vlees zeer gewild.
De afbeeldingen aan de rechterzijde (midden van het huis) tonen de collectie gereedschappen. Bijl, zaag, hamer, boor, mes, pikhouweel, schapenschaar, sikkel, zeis en schep worden bijna onveranderd vandaag de dag nog gebruikt.
Ook de weefgetouw was in gebruik, waarbij voornamelijk schapenwol tot stoffen werd verwerkt.
Daarnaast werden door de Kelten ook munten van goud en zilver gebruikt. Dergelijke munten werden zowel op de Dietenberg als in Södingberg gevonden.
In Södingberg leverden wetenschappelijke opgravingen en onderzoeken in de jaren 1996-97 en 2007-08 verder het bewijs voor een nederzetting uit de Midden- tot Laat-La-Tène-periode (2e en 1e eeuw voor Christus). Deze uit eenvoudige houten huizen bestaande kleine laaglandnederzetting was omgeven door een vermoedelijk om defensieve redenen aangelegde dubbele greppelstructuur.
Over de begrafenis van de Kelten
De Kelten hadden een gestructureerde godenwereld en geloofden in een leven na de dood. Om ervoor te zorgen dat de doden in het hiernamaals in hun maatschappelijke positie herkend worden – en in deze verder kunnen leven – werden de vrouwen met hun sieraden en de mannen met sieraden en wapens zoals bijv. zwaarden, speren, schilden, helmen, messen enz. begraven. Verder kregen de doden voedsel en dranken mee voor de reis naar het hiernamaals. In de zeer rijk uitgeruste prinsengraven vond men naast goudsieraden en andere waardevolle bijlagen ook strijdwagens en paarden. Het bij de Keltische nederzetting op de Dietenberg behorende grafveld is helaas nog niet gevonden. Wel zijn in de directe omgeving tumulusgraven uit de Romeinse tijd goed bekend.
Keltische namen evenals kleding, sieraden en haardracht van Keltische vrouwen worden ons bijvoorbeeld ook door Romeinse stenen overgeleverd. Van bijzonder belang voor ons gebied zijn hier de in het metselwerk van de parochiekerken van Stallhofen, Piber en Geistthal bewaarde Romeins tijds familiegrafstenen.
Tekst: Prof. Mag. et Dr.phil. Ernst Lasnik
PS: Het Keltisch huis en de Préhistorische wandelroute op de Dietenberg werden in 1988 opgericht door de VVV en het verfraaiingscomité Ligist – Krottendorf. In 2015/16 vond een nieuwe dakbedekking en renovatie van het Keltisch huis plaats.